Tankatuwe - Het Groeiende Verhaal

Dit verhaal speelt zich voornamelijk af in het binnenste van de auteur, een kunstenaar en jonge vrouw op weg naar groei. Binnen betekent hierin twee omgevingen: het lijf en het organenstelsel, maar ook de geest en fantasie van de auteur. Deze omgeving kan veranderen van woeste bossen tot onbekende steden en reizen naar het heelal. Regelmatig dalen de personages vanuit de buitenwereld af in hun binnenwereld en soms vanuit daar weer in nieuwe binnenwerelden. Al deze reizen lopen vloeiend in elkaar over.

Hoofdpersonage van het verhaal is de heldin Tankatuwe. Andere belangrijke personages van dit verhaal en de psyche zijn: Zelf, Ego, de Wijze, Kind, Dier, Dwaas, Gevoel, Verstand, Wassendom en Jongeling. In de zogenoemde ‘buikstukken’ spelen de organen van de auteur een rol. Andere personages die in het boek voorkomen zijn: Lantaarnd, MA, de Maan, Roem en Poen.

Met Tankatuwe als leidend figuur worden de uitdagingen en vragen die de kunstenaar tegenkomt aangegaan. Tankatuwe is de held, zij symboliseert de auteur en de kunstenaar, die opzoek is naar groei. In het begin van het verhaal zoekt zij naar zingeving, dan komen de figuren Roem en Poen de kop opsteken, die Tankatuwe uitdagen in alles waarin zij geloofd. De huidige heersers en systemen blijken hun integriteit en zorgzaamheid te hebben verloren en volstaan niet meer. Om die reden moet Tankatuwe nieuwe heersers vinden voor een nieuwe wereld.

Haar tocht leidt haar langs het Donkere Woud, de Grote Stad en de Maan, er is zelfs een monster op haar pad. Ze reist door de tijd naar Ouden Tijden en stuit daar op Moeder Aarde Zelf. Op alle plekken waar ze komt worden haar inzichten meegegeven over de nieuwe heersers die ze zoekt. Op haar omzwervingen komt ze de meest vreemde figuren tegen en ligt de weg vol verrassingen. Ook het monster dat ze uiteindelijk vindt, blijkt niet dat te zijn wat ze in eerste instantie dacht. Uiteindelijk keert Tankatuwe weer terug naar Moderne Tijden, en valt daar Zelf in de armen. Gedurende het gehele boek is ‘de dood’ een terugkerend thema. Het boek raakt aan de leringen van Indiaanse medicijnwiel, Jungiaanse psychologie en mythes. Het verhaal is een fysieke reis en een innerlijke reis, een groeiproces dat vele mensen een keer in hun leven doormaken. Door de archetypen in het verhaal wordt het een universele, nieuw geschapen mythe van groei. De thematiek die verkent wordt is uniek en herkenbaar voor de lezer.